skip to Main Content

Woensdag 10 oktober heeft er een landelijke actie van protesterende fysiotherapeuten in Arnhem plaatsgevonden. Ruim 300 fysiotherapeuten verzamelden zich bij het hoofdkantoor van VGZ om de Strakke Strop award uit te reiken. Dit is een award voor de verzekeraar die zich het minst constructief opstelt. De actievoerders zijn in actie gegaan tegen de administratiedruk, de behandelindex en de lage tarieven.

Hieronder ziet u een filmpje over de afgelopen protestactie.

Lees hier een artikel uit de Volkskrant die de feiten over de protestactie goed weergeeft.

De verhitte strijd tussen fysiotherapeuten en zorgverzekeraars

Een ongebruikelijk protest woensdag, van fysiotherapeuten bij het hoofdkantoor van zorgverzekeraar VGZ. Hoe is de onvrede onder therapeuten zo hoog opgelopen? Honderden fysiotherapeuten verzamelden zich woensdag bij het hoofdkantoor van VGZ in Arnhem om hun ongenoegen over de zorgverzekeraar te laten blijken.

Het succes van de Actiegroep Fysiotherapie (11 duizend sympathisanten) laat zien hoe hoog de onvrede onder fysiotherapeuten is opgelopen. Niet alleen over VGZ, maar over alle verzekeraars: het inkomen blijft achter, de administratieve last blijft hoog en het aantal behandelingen per patiënt daalt verder. ‘Dit jaar is anders dan andere jaren’, zegt gezondheidseconoom Xander Koolman. ‘De hoofden zijn verhitter dan anders.’

Makkelijk slachtoffer

‘We hebben helemaal niks in te brengen’, zegt Maarten de Fockert, fysiotherapeut in Leiderdorp. Een keer per jaar stuurt de zorgverzekeraar een contract op, aan de inhoud kan een fysiotherapeut niets wijzigen. Als het gaat om geld of tarieven mogen fysiotherapeuten zich niet verenigen, ze zijn immers concurrenten van elkaar. De enige keuze die een individuele zorgverlener heeft, is de keuze tussen wel of niet tekenen. Maar niet tekenen heeft vergaande consequenties: een patiënt krijgt dan slechts een deel van de behandeling vergoed en de kans is dus groot dat hij een andere therapeut zoekt.

Ook sectorbreed staan de fysiotherapeuten niet bekend als machtig, anders dan bijvoorbeeld de huisartsen. Koolman: ‘Huisartsen verwijzen door en zijn daarmee bepalend voor een groot deel van de zorgkosten, dat maakt zorgverzekeraars kwetsbaar. Bovendien heeft een huisarts loyale patiënten, die zelfs van zorgverzekeraar wisselen als de huisarts daartoe oproept. Een fysiotherapeut staat aan het eind van de lijn.’

Daar komt bij: fysiotherapeuten hebben nog last van hun imago van decennia terug, zegt Raymond Ostelo, hoogleraar Evidence-Based Fysiotherapie aan de VU in Amsterdam. ‘Het beeld bestaat nog steeds van een beroepsgroep die zes patiënten per uur behandelt en maar declareert, zonder wetenschappelijk bewijs voor de uitkomst van de behandeling. Dat is al lang niet meer zo, maar nog altijd zijn er specialisten en instellingen die de fysiotherapie als een zwart gat zien waar je een patiënt ingooit en nooit meer terugziet. Dat beeld beïnvloedt de lobby en maakt van de fysiotherapeuten een makkelijk slachtoffer.’

De gehate behandelindex

Noem het woord ‘behandelindex’ en de stoom komt een fysiotherapeut uit de oren. De index is hét instrument van zorgverzekeraars om het aantal behandelingen per patiënt terug te dringen.

Het werkt zo: op basis van het landelijk gemiddelde berekent de zorgverzekeraar hoeveel behandelingen een praktijk met een bepaalde patiëntenpopulatie gemiddeld nodig heeft. Wanneer dan blijkt dat een praktijk boven dat landelijk gemiddelde zit, wordt die alsnog gekort op het tarief. Hoe de zorgverzekeraar die berekeningen precies uitvoert, weten de fysiotherapeuten niet, tot hun grote onvrede. Wat hen ook tegen de borst stuit: wanneer zij een bovengemiddelde behandelindex hebben, krijgen zij geen gelegenheid dat toe te lichten. Er volgt direct een sanctie van de zorgverzekeraar.

‘Het is een getalletje dat niets zegt over kwaliteit’, zegt Brenda van Gent van de Actiegroep Fysiotherapie. ‘Als je veel ouderen of mensen van een lagere sociaal-economische klasse in je praktijk hebt, heb je meer tijd nodig. Dat is een kwestie van goede zorg willen verlenen.’ De behandelindex gaat elk jaar naar beneden, omdat het een gemiddeld aantal behandelingen betreft en fysiotherapeuten zo bang zijn dat ze worden gekort, dat zij steeds minder behandelingen uitvoeren. Zo kan wat drie jaar geleden nog een prima aantal behandelingen was, nu tot kortingen leiden.

Fysiotherapeut De Fockert: ‘Die index hangt voortdurend boven je hoofd. Het probleem is dat een aantal mensen daardoor echt te weinig zorg krijgt. Bij reuma is aangetoond dat fysiotherapie helpt bij het verminderen van pijn, bij het bevorderen van de mobiliteit en bij het verhogen van de levenskwaliteit. Maar daar zijn wel veel behandelingen voor nodig. Een fysiotherapeut is nu helemaal niet blij met een nieuwe reumapatiënt. Die drukt op je behandelindex.’

Het is hoogleraar Ostelo een doorn in het oog dat de behandelindex puur draait om het aantal behandelingen en niet op de kwaliteit ervan. Alle richtlijnen, protocollen, keurmerken en kwaliteitsinstrumenten die de fysiotherapeuten de laatste jaren hebben opgetuigd, spelen in de behandelindex geen rol. Dat doet ook De Fockert pijn. ‘De index doet af aan de eed die we hebben afgelegd om mensen goed te behandelen door alleen zorg te verlenen die echt nodig is.

Zorgverzekeraars zeggen niet anders te kunnen dan de index te blijven inzetten. Want ondanks alle goede intenties van de meeste fysiotherapeuten zien de verzekeraars nog een grote variatie in het aantal behandelingen per therapeut. ‘En dan moet je iets doen. Wij gaan ook liever werken met een index op basis van resultaten’, zegt een woordvoerder van VGZ, ‘maar zolang die er niet is, gebruiken we deze.’ Volgende week spreken de branchevereniging van de fysiotherapeuten (KNGF) en de zorgverzekeraars opnieuw om een andere toepassing van de behandelindex mogelijk te maken.

Nu de kwaliteit geen enkele rol speelt in de behandelindex, gebruiken de verzekeraars deze nog om een andere reden, vermoedt Ostelo. ‘Het is moeilijk de inzet van de index anders te interpreteren dan een manier om de sector te saneren.’ Dat laatste ontkent de woordvoerder van VGZ, maar ‘er zijn wel veel fysiotherapeuten. En ook het totale volume aan fysiotherapie is toegenomen. De groei is nog sterker dan bij andere zorgsectoren, daarmee loopt deze uit de pas.’

Dat zal voorlopig niet veranderen, integendeel. Het aantal opleidingsplekken voor fysiotherapeuten breidt zich alleen maar uit, ‘op onverantwoord snelle wijze’, zegt gezondheidseconoom Koolman. ‘We zijn een enorme frustratie aan het organiseren. Dat wordt nog heel pijnlijk.’

Gesteggel over het tarief

‘We zouden het wel willen, maar we kunnen niet eindeloos de tarieven verhogen. Als wij er 20 procent bij doen, moet de premie ook met 20 procent omhoog.’ En dat, zegt de woordvoerder van VGZ, brengt de toegankelijkheid van de fysiotherapie in gevaar. Het overgrote deel van de fysiotherapie wordt immers vergoed vanuit de aanvullende verzekering, en die ‘moet ook voor mensen met een kleine portemonnee bereikbaar blijven’.

Het is een argument dat Brenda van Gent van de actiegroep juist omdraait. Al dertien jaar zijn volgens haar de tarieven hetzelfde. Verreken dat met de inflatie en de fysiotherapeuten gaan er elk jaar verder op achteruit. Dat is er mede de oorzaak van dat een kwart van de beroepsgroep erover denkt het vak te verlaten. Een andere groep overweegt om dan maar helemaal geen contracten met verzekeraars meer te sluiten. Cliënten kunnen dan nog maar een deel declareren, het andere deel zullen ze zelf moeten betalen.

‘Dat is zorgwekkend voor de patiënt’, zegt Van Gent. ‘Er zijn minder therapeuten met een contract op rollatorafstand beschikbaar, dat is voor ouderen echt erg. Aan de andere kant dreigt fysiotherapie zo een luxeproduct te worden. Dan hangt het straks af van je sociale klasse of je je het kunt veroorloven. En dat willen zorgverleners echt niet laten gebeuren.’ Bovendien, zegt Van Gent, de fysiotherapeuten zijn maar een heel klein taartpuntje van de grote zorgtaart, ‘dus waar hebben we het over?’

De verzekeraars maken gebruik van hun marktmacht, denkt De Fockert. ‘Als jij niet tekent, gaan ze wel naar je buurman. Maar in feite is het tarief nu 30 procent te laag. Mijn medewerkers doen veel aan netwerkbijeenkomsten, aan scholingen in hun vrije tijd. Die uren zou ik ze graag uitbetalen, maar dat gaat nu niet.’

Administratieve lasten

Niet alleen de behandelindex drijft de ­fysiotherapeuten tot razernij, ook de lettercombinatie PREM leidt tot slapeloze nachten. Het is de aanduiding van een enquête die fysiotherapeuten verplicht onder hun clientèle moeten afnemen. Het doel is de klanttevredenheid te meten. Ook hier geldt: wanneer een fysiotherapeut niet genoeg enquêtes uitzet, volgt er een korting op het behandeltarief. Die korting kan oplopen tot 10 procent.

Bezwaar van de fysiotherapeuten: wij worden hier opgezadeld met werk dat de zorgverzekeraar zelf zou moeten uitvoeren, wij moeten hier kosten maken, wij moeten onzinnige klusjes uitvoeren waar we verder geen verstand van hebben en we krijgen er geen enkele vergoeding voor.

Klopt niet, zegt de woordvoerder van VGZ. ‘Onze opdracht is om te kijken wat de klant wil, en die wil kunnen vergelijken om te zien waar de kans op een behandeling naar tevredenheid het grootst is. Een fysiotherapeut doet die enquêtes dus niet voor ons, maar voor de klant, alleen zitten wij ertussen.’ Overigens publiceert de zorgverzekeraar de uitslagen van de enquête nergens, maar gaat het erom dat ‘de informatie eenduidig wordt verzameld’.

Het extra werk dat het met zich meebrengt, wordt volgens de woordvoerder verdisconteerd in het tarief. ‘Onze tarieven voor doelmatige fysiotherapeuten zijn wel degelijk gestegen de afgelopen jaren.”

Bron: Michiel van der Geest 11 oktober 2018, 19:25

Back To Top